geldboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een fictieve sprookjesboom waaraan geld groeit
- een onuitputtelijke bron van inkomsten waarvoor men geen contraprestatie hoeft te leveren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geldbomen | meervoud |
| geldboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geldboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van geld zn en boom zn
Woordfamilie van geldboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geldbomen | meervoud | geldboom |
| geldboompje | verkleinwoord | geldboom |
| geldboompjes | verkleinwoord meervoud | geldboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geldboom zijn vastgelegd.