gelatine
zelfstandig naamwoordBetekenis
- van beenderen door uitkoken vervaardigd geleiachtig eiwitpreparaat, dat vroeger werd gebruikt als lijm maar nu onder E-nummer E441 als bindmiddel om bijv. puddingen, crèmes of compotes stijver te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gelatinen | meervoud |
| gelatines | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geleiachtig eiwitpreparaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van gelatine
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelatinen | meervoud | gelatine |
| gelatines | meervoud | gelatine |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelatine zijn vastgelegd.