gel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeien
- een product om haar mee in model te houden
- geel; geel hebbend als kleur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gelletjes | verkleinwoord, meervoud |
| gels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘geleiachtige stof’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Woordfamilie van gel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelletje | verkleinwoord | gel |
| gelletjes | verkleinwoord meervoud | gel |
| gels | meervoud | gel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gel zijn vastgelegd.