geiser
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een periodiek naar buiten spuitende bron van water en stoom.
- een apparaat dat warm water kan leveren, bijvoorbeeld met gas of elektriciteit.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geisers | meervoud |
| geisertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geisertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘waterverwarmingstoestel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Woordfamilie van geiser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geisers | meervoud | geiser |
| geisertje | verkleinwoord | geiser |
| geisertjes | verkleinwoord meervoud | geiser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geiser zijn vastgelegd.