gedupeerde
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- de benadeelde, het slachtoffer, degene die gedupeerd is
Woordvorm
- verbogen vorm van gedupeerd, voltooid deelwoord van duperen
Vervoeging van gedupeerde
gedupeerdehele werkwoord
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van gedupeerd
Herkomst
afgeleid van gedupeerd met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van gedupeerde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gedupeerden | meervoud | gedupeerde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gedupeerde zijn vastgelegd.