gebuurte
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de gezamenlijke buren, de buurt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebuurten | meervoud |
| gebuurtes | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van gebuurt, voltooid deelwoord van buurten
Vervoeging van gebuurte
gebuurtehele werkwoord
Herkomst
afgeleid van buur met het omvoegsel ge- -te dat een verzameling aangeeft
Woordfamilie van gebuurte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebuurten | meervoud | gebuurte |
| gebuurtes | meervoud | gebuurte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebuurte zijn vastgelegd.