gave
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɣavəBetekenis
- een bijzondere aanleg, een talent
- een geschenk
- een geschenk van God, van een godheid
- cadeau, gave, gift
- aalmoes, offer
- aanleg, gave, talent
- in samenstellingen van woorden
Hoe spreek je gave uit?
/ˈxavə/
Gave bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| a | maan |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaven | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van gaaf
Herkomst
In de betekenis van ‘iets dat gegeven wordt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100