agave
zelfstandig naamwoord aˈɣavəBetekenis
- een geslacht van vetplanten uit Amerika die in Nederland als sierplant gekweekt wordt. De bekendste toepassing is als zoetmiddel
Hoe spreek je agave uit?
/aˈxavə/
Agave bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| x | acht |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor vetplanten uit het geslacht Agave, in het wild afkomstig uit Amerika, maar nu als sierplant gekweekt De bekendste toepassing is als zoetmiddel.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| agaven | meervoud |
| agaves | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘vetplant’ voor het eerst aangetroffen in 1852
Woordfamilie van agave
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agaven | meervoud | agave |
| agaves | meervoud | agave |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agave zijn vastgelegd.