gasmasker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gelaat omvattend masker dat beschermt tegen giftige dampen en gassen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gasmaskers | meervoud |
| gasmaskertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gasmaskertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gas en masker
Woordfamilie van gasmasker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gasmaskers | meervoud | gasmasker |
| gasmaskertje | verkleinwoord | gasmasker |
| gasmaskertjes | verkleinwoord meervoud | gasmasker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gasmasker zijn vastgelegd.