gasfles
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een metalen vat waarin een gas, gewoonlijk een mengsel van vloeibaar gemaakt propaan (lpg) en butaan, onder druk is opgeslagen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gasflesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gasflesjes | verkleinwoord, meervoud |
| gasflessen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gas en fles
Woordfamilie van gasfles
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gasflesje | verkleinwoord | gasfles |
| gasflesjes | verkleinwoord meervoud | gasfles |
| gasflessen | meervoud | gasfles |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gasfles zijn vastgelegd.