gasbom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- cilinder gevuld met brandbaar gas
- bom met gasvormig chemisch wapen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gasbommen | meervoud |
| gasbommetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gasbommetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gas zn en bom zn
Woordfamilie van gasbom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gasbommen | meervoud | gasbom |
| gasbommetje | verkleinwoord | gasbom |
| gasbommetjes | verkleinwoord meervoud | gasbom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gasbom zijn vastgelegd.