garantiebewijs
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bewijs dat men recht op een gedane belofte heeft vaak gaat het om een recht op vergoeding bij slecht functioneren van een product of de garantie dat iets 'echt' is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| garantiebewijsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| garantiebewijsjes | verkleinwoord, meervoud |
| garantiebewijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van garantie en bewijs
Woordfamilie van garantiebewijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| garantiebewijsje | verkleinwoord | garantiebewijs |
| garantiebewijsjes | verkleinwoord meervoud | garantiebewijs |
| garantiebewijzen | meervoud | garantiebewijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van garantiebewijs zijn vastgelegd.