garagehouder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eigenaar van een autowerkplaats (garage)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| garagehouders | meervoud |
| garagehoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| garagehoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van garage en houder
Woordfamilie van garagehouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| garagehouders | meervoud | garagehouder |
| garagehoudertje | verkleinwoord | garagehouder |
| garagehoudertjes | verkleinwoord meervoud | garagehouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van garagehouder zijn vastgelegd.