ganzenpas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- paradepas waarbij het been hoog gestrekt wordt en de voet vervolgens met kracht wordt neergezet zonder de knieën te buigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ganzenpasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ganzenpasjes | verkleinwoord, meervoud |
| ganzenpassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gans en pas met het invoegsel -en-
Woordfamilie van ganzenpas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ganzenpasje | verkleinwoord | ganzenpas |
| ganzenpasjes | verkleinwoord meervoud | ganzenpas |
| ganzenpassen | meervoud | ganzenpas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ganzenpas zijn vastgelegd.