gangster
zelfstandig naamwoord / ˈgɛŋstər /Betekenis
- een lid van een criminele organisatie
- iemand die niet deugt
- de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster of voetgangster
- gangster
Hoe spreek je gangster uit?
/ˈgɛŋstər/
Gangster bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gangsters | meervoud |
| gangstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gangstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bendelid’ voor het eerst aangetroffen in 1931
Woordfamilie van gangster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gangsters | meervoud | gangster |
| gangstertje | verkleinwoord | gangster |
| gangstertjes | verkleinwoord meervoud | gangster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gangster zijn vastgelegd.