gamel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vaak afsluitbaar keteltje bedoeld voor etenswaren, gewoonlijk gedragen door soldaten te velde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gamellen | meervoud |
| gamelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gamelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eetketel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928
Woordfamilie van gamel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gamellen | meervoud | gamel |
| gamelletje | verkleinwoord | gamel |
| gamelletjes | verkleinwoord meervoud | gamel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gamel zijn vastgelegd.