gadget
zelfstandig naamwoord ˈɡɛdʒətBetekenis
- een klein, min of meer nutteloos voorwerp
- apparaat
- gadget
- hulpmiddel
- toestel
- utiliteit
Hoe spreek je gadget uit?
/ˈgɛdʒət/
Gadget bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- klein apparaat, gereedschap of ander voorwerp voor een specifieke vaak nutteloze taak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gadgetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gadgetjes | verkleinwoord, meervoud |
| gadgets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘klein, speels voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968
Woordfamilie van gadget
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gadgetje | verkleinwoord | gadget |
| gadgetjes | verkleinwoord meervoud | gadget |
| gadgets | meervoud | gadget |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gadget zijn vastgelegd.