g-sleutel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'g'. De overige lijnen zijn daardoor tevens bepaald. De aanwijzing geldt tot de laatste maatstreep, tenzij voordien anders aangegeven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| g-sleutels | meervoud |
| g-sleuteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| g-sleuteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van g en sleutel
Woordfamilie van g-sleutel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| g-sleutels | meervoud | g-sleutel |
| g-sleuteltje | verkleinwoord | g-sleutel |
| g-sleuteltjes | verkleinwoord meervoud | g-sleutel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van g-sleutel zijn vastgelegd.