fysioloog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beoefenaar fysiologie, het bestuderen van de levensverrichtingen (zoals de stofwisseling) van organismen bestudeert
zelfstandig naamwoord — masculine
- beoefenaar fysiologie, iemand die de levensverrichtingen (zoals de stofwisseling) van organismen bestudeert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fysiologen | meervoud |
| fysioloogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fysioloogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
met het voorvoegsel fysio- en met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van fysioloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fysiologen | meervoud | fysioloog |
| fysioloogje | verkleinwoord | fysioloog |
| fysioloogjes | verkleinwoord meervoud | fysioloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fysioloog zijn vastgelegd.