funk
zelfstandig naamwoord, werkwoord /fʏŋk/Betekenis
- uit rhythm-and-blues ontwikkelde dansmuziek, gekenmerkt door staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten en het benadrukken van de eerste noot van de maat door de ritmesectie
- stank, sterke lichaamsgeur
- uit soul ontwikkelde dansmuziek, gekenmerkt door staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten en het benadrukken van de eerste noot van de maat door de ritmesectie
Hoe spreek je funk uit?
/fʏŋk/
Funk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ʏ | put |
| ŋ | ding |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uit rhythm-and-blues voortgekomen dansmuziekgenre, m.n. gekenmerkt door staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten en het benadrukken van de eerste noot van de maat door de ritmesectie
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van funken
- gebiedende wijs van funken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van funken
Vervoeging van funk
funkhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘soort van popmuziek’ voor het eerst aangetroffen in 1982