fuchsia
zelfstandig naamwoord ˈfʏksijaBetekenis
- uit de teunisbloemfamilie
- bepaalde roze kleur, zoals de bloemen van fuchsia's hebben
Hoe spreek je fuchsia uit?
/ˈfʏksija/
Fuchsia bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ʏ | put |
| k | kat |
| s | sok |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Fuchsia in de teunisbloemfamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fuchsia's | meervoud |
Herkomst
van modern Latijn Fuchsia, een eponiem vernoeming in 1703 naar de 16e eeuwse Duitse botanicus L. Fuchs door de Franse botanicus C. Plumier ; in de betekenis van ‘siergewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van fuchsia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fuchsia's | meervoud | fuchsia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fuchsia zijn vastgelegd.