fritvlieg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vlieg, waarvan de 3 tot 4 mm lange, min of meer doorzichtige, witte, pootloze larve aan plantendelen van grasachtigen vreet
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Oscinella frit een vlieg, waarvan de 3 tot 4 mm lange, min of meer doorzichtige, witte, pootloze larve aan plantendelen van grasachtigen vreet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fritvliegen | meervoud |
| fritvliegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fritvliegjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van frit en vlieg zn
Woordfamilie van fritvlieg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fritvliegen | meervoud | fritvlieg |
| fritvliegje | verkleinwoord | fritvlieg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fritvlieg zijn vastgelegd.