frequentieregelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorziening om de frequentie van een signaal in te stellen op een gewenste waarde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| frequentieregelaars | meervoud |
| frequentieregelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| frequentieregelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van frequentie en regelaar
Woordfamilie van frequentieregelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frequentieregelaars | meervoud | frequentieregelaar |
| frequentieregelaartje | verkleinwoord | frequentieregelaar |
| frequentieregelaartjes | verkleinwoord meervoud | frequentieregelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frequentieregelaar zijn vastgelegd.