fraudezaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een m.n. juridische zaak waarbij fraude een rol speelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fraudezaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fraudezaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| fraudezaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fraude en zaak
Woordfamilie van fraudezaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fraudezaakje | verkleinwoord | fraudezaak |
| fraudezaakjes | verkleinwoord meervoud | fraudezaak |
| fraudezaken | meervoud | fraudezaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fraudezaak zijn vastgelegd.