fraseologie
zelfstandig naamwoord ˌfrazeˌjoloˈɣiBetekenis
- verzameling van gezegden, uitdrukkingen en idioom
- zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver
Hoe spreek je fraseologie uit?
/ˌfrazeˌjoloˈxi/
Fraseologie bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| r | rood |
| a | maan |
| z | zon |
| e | veel |
| j | ja |
| o | boot |
| l | land |
| x | acht |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- geheel van gezegden, uitdrukkingen en idioom in een taal en de bestudering daarvan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fraseologieën | meervoud |
| phraseologie |
Herkomst
via Engels phraseology van Neolatijn phraseologia **[1] in de betekenis van ‘verzameling van spreekwijzen’ aangetroffen vanaf 1824 **[2] in de betekenis van ‘woordkeus van een schrijver’ voor aangetroffen vanaf 1885
Woordfamilie van fraseologie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fraseologieën | meervoud | fraseologie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fraseologie zijn vastgelegd.