fotocamera
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toestel om mee te fotograferen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fotocamera's | meervoud |
| fotocameraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fotocameraatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van foto en camera
Woordfamilie van fotocamera
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fotocamera's | meervoud | fotocamera |
| fotocameraatje | verkleinwoord | fotocamera |
| fotocameraatjes | verkleinwoord meervoud | fotocamera |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fotocamera zijn vastgelegd.