formule
zelfstandig naamwoordBetekenis
- opzet, werkwijze, plan van aanpak
- recept, te volgen stappen
- beschrijving van een wiskundige regel of vergelijking in symbolische notatie
- beschrijving van de bouw van een een molecuul in symbolische notatie
- een vaste serie woorden om in bepaalde situaties te spreken
- formulewagen; een eenpersoonsracewagen in staat hoge snelheden te bereiken
- formulace
- výraz
- vzorec
- monopost
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- beschrijving van de bouw van een molecuul in symbolische notatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| formules | meervoud |
| formuletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| formuletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vast geheel van woorden’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van formule
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| formules | meervoud | formule |
| formuletje | verkleinwoord | formule |
| formuletjes | verkleinwoord meervoud | formule |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van formule zijn vastgelegd.