forehand
zelfstandig naamwoord ˈfɔːrhɛntBetekenis
- slag bij het tennisspel waarbij de palm van de hand naar het net is gekeerd
- voorhand
Hoe spreek je forehand uit?
/ˈfɔrhɛnt/
Forehand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| forehands | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘slag met handpalm richting bal (bij tennis)’ voor het eerst aangetroffen in 1924
Woordfamilie van forehand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| forehands | meervoud | forehand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van forehand zijn vastgelegd.