fluittoon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hoog, hoorbaar geluid dat lijkt op dat van een fluit
- een toon die iemand kan horen als er sprake is van een gehooraandoening
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fluittonen | meervoud |
| fluittoontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fluittoontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fluiten ww en toon zn
Woordfamilie van fluittoon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fluittonen | meervoud | fluittoon |
| fluittoontje | verkleinwoord | fluittoon |
| fluittoontjes | verkleinwoord meervoud | fluittoon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fluittoon zijn vastgelegd.