fluitschip
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een Hollands scheepstype uit de de 17e en 18e eeuw .
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fluitscheepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fluitscheepjes | verkleinwoord, meervoud |
| fluitschepen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vrachtschip’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van fluitschip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fluitscheepje | verkleinwoord | fluitschip |
| fluitscheepjes | verkleinwoord meervoud | fluitschip |
| fluitschepen | meervoud | fluitschip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fluitschip zijn vastgelegd.