flanel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een textielsoort van los gesponnen garen, gewoonlijk van geruwde wollen of katoenen stof, maar ook wel van kunstvezels vervaardigd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flanellen | meervoud |
| flanelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flanelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geweven stof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1601
Woordfamilie van flanel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flanelletje | verkleinwoord | flanel |
| flanelletjes | verkleinwoord meervoud | flanel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flanel zijn vastgelegd.