flamberen
werkwoordBetekenis
- restanten van de haren of veren van vogels of dieren wegschroeien
- met brandende alcohol op smaak brengen, wordt vaak aan tafel uitgevoerd als tafelbereiding
Vervoeging van flamberen
flamberenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opdienen met brandende alcohol’ voor het eerst aangetroffen in 1957
Woordfamilie van flamberen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flambeer | woordvorm | flamberen |
| flambeerde | woordvorm | flamberen |
| flambeerden | woordvorm | flamberen |
| flambeert | woordvorm | flamberen |
| flambere | woordvorm | flamberen |
| flamberend | woordvorm | flamberen |
| flamberende | woordvorm | flamberen |
| geflambeerd | woordvorm | flamberen |
| geflambeerde | woordvorm | flamberen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flamberen zijn vastgelegd.