flagellant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zichzelf geselt uit boetedoening
- iemand die anderen geselt om zijn seksuele behoeften te bevredigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flagellanten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geselbroeder’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van flagellant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flagellanten | meervoud | flagellant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flagellant zijn vastgelegd.