fitis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zangvogel uit de familie Phylloscopidae met groenig verenkleed en melodieuze zang
zelfstandig naamwoord — masculine
- Phylloscopus trochilus zangvogel uit de familie Phylloscopidae met groenig verenkleed en melodieuze zang
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fitisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fitisjes | verkleinwoord, meervoud |
| fitissen | meervoud |
Woordfamilie van fitis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fitisje | verkleinwoord | fitis |
| fitisjes | verkleinwoord meervoud | fitis |
| fitissen | meervoud | fitis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fitis zijn vastgelegd.