firma
zelfstandig naamwoord ˈfɪrmaBetekenis
- een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn
- een zaak of bedrijf
- handtekening
- onderneming; een handelsorganisatie die producten of diensten verkoopt
- onderneming, bedrijf; een handelsorganisatie die producten of diensten verkoopt
- uithangbord, gevelreclame; reclamebord op de gevel
- de naam waaronder een onderneming is ingeschreven in het handelsregister
- podnik
- cedule
- obchodní firma
Hoe spreek je firma uit?
/ˈfɪrma/
Firma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| firma's | meervoud |
| firmaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| firmaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘handelsnaam, handelszaak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806
Woordfamilie van firma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| firma's | meervoud | firma |
| firmaatje | verkleinwoord | firma |
| firmaatjes | verkleinwoord meervoud | firma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van firma zijn vastgelegd.