Naar de inhoud

fietsweek

een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd

fietsweek

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
fietsweekje verkleinwoord, enkelvoud
fietsweekjes verkleinwoord, meervoud
fietsweken meervoud

Herkomst

samenstelling van fiets zn en week zn

Woordfamilie van fietsweek

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fietsweekje verkleinwoord fietsweek
fietsweekjes verkleinwoord meervoud fietsweek
fietsweken meervoud fietsweek

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsweek zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fietsweek

Wat is de betekenis van fietsweek?
Fietsweek is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd.
Wat is het meervoud van fietsweek?
Van fietsweek geldt: het meervoud is fietsweken. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van fietsweek?
De verkleinvorm van fietsweek is fietsweekje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is fietsweekjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fietsweek is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. E 1
  9. K 3
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fietsweek levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. E 1
  9. K 3
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fietsweek in het kort

fietsweek staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van fietsweek staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort fietsweek bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

fietsweek: een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd
Deel fietsweek — standaardnederlands.nl