Naar de inhoud

fietstoerist

beoefenaar van fietstoerisme

fietstoerist

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. beoefenaar van fietstoerisme

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
fietstoeristen meervoud
fietstoeristje verkleinwoord, enkelvoud
fietstoeristjes verkleinwoord, meervoud

Herkomst

samenstelling van fiets en toerist

Woordfamilie van fietstoerist

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fietstoeristen meervoud fietstoerist
fietstoeristje verkleinwoord fietstoerist
fietstoeristjes verkleinwoord meervoud fietstoerist

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietstoerist zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fietstoerist

Wat is de betekenis van fietstoerist?
Fietstoerist is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: beoefenaar van fietstoerisme.
Wat is het meervoud van fietstoerist?
Van fietstoerist geldt: het meervoud is fietstoeristen. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van fietstoerist?
De verkleinvorm van fietstoerist is fietstoeristje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is fietstoeristjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fietstoerist is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. I 1
  11. S 2
  12. T 2
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fietstoerist levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. I 2
  11. S 2
  12. T 2
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fietstoerist in het kort

fietstoerist staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van fietstoerist staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort fietstoerist bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

fietstoerist: beoefenaar van fietstoerisme
Deel fietstoerist — standaardnederlands.nl