fietsstraat
zelfstandig naamwoord ˈfitstratBetekenis
- een straat waarop fietsers oververtegenwoordigd zijn en waarop auto's zich aan fietsers moeten aanpassen
Hoe spreek je fietsstraat uit?
/ˈfitstrat/
Fietsstraat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| t | tak |
| s | sok |
| r | rood |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietsstraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietsstraatjes | verkleinwoord, meervoud |
| fietsstraten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en straat
Woordfamilie van fietsstraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietsstraatje | verkleinwoord | fietsstraat |
| fietsstraatjes | verkleinwoord meervoud | fietsstraat |
| fietsstraten | meervoud | fietsstraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsstraat zijn vastgelegd.