fietsles
zelfstandig naamwoordBetekenis
- les gegeven aan mensen die nog niet kunnen fietsen b.v. in het kader van een inburgeringscursus voor allochtoon|allochtonen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- les gegeven aan mensen die nog niet kunnen fietsen b.v. in het kader van een inburgeringscursus voor allochtonen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietslesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietslesjes | verkleinwoord, meervoud |
| fietslessen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en les
Woordfamilie van fietsles
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietslesje | verkleinwoord | fietsles |
| fietslesjes | verkleinwoord meervoud | fietsles |
| fietslessen | meervoud | fietsles |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsles zijn vastgelegd.