fietserstunnel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tunnel die uitsluitend bestemd is voor fietsers en voetgangers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietserstunnels | meervoud |
| fietserstunneltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietserstunneltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fietser en tunnel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van fietserstunnel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietserstunnels | meervoud | fietserstunnel |
| fietserstunneltje | verkleinwoord | fietserstunnel |
| fietserstunneltjes | verkleinwoord meervoud | fietserstunnel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietserstunnel zijn vastgelegd.