fibrine
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onoplosbaar eiwit in het bloedplasma, gevormd tijdens het bloedstollingsproces uit fibrinogeen en trombine
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- onoplosbaar eiwit in het bloedplasma, gevormd tijdens de bloedstolling uit fibrinogeen en trombine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fibrinen | meervoud |
| fibrines | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bloed- of plantenvezelstof’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van fibrine
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fibrinen | meervoud | fibrine |
| fibrines | meervoud | fibrine |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fibrine zijn vastgelegd.