fels
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- omgebogen rand aan een metalen plaat
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van fel
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van felsen
- gebiedende wijs van felsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van felsen
Vervoeging van fels
felshele werkwoord