feestmuts
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vaak kegelvormig hoofddeksel dat men draagt ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feestmutsen | meervoud |
| feestmutsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| feestmutsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van feest en muts
Woordfamilie van feestmuts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feestmutsen | meervoud | feestmuts |
| feestmutsje | verkleinwoord | feestmuts |
| feestmutsjes | verkleinwoord meervoud | feestmuts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feestmuts zijn vastgelegd.