feestlied
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ter gelegenheid van een feest gemaakt of gezongen lied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feestliederen | meervoud |
| feestliedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| feestliedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van feest en lied
Woordfamilie van feestlied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feestliederen | meervoud | feestlied |
| feestliedje | verkleinwoord | feestlied |
| feestliedjes | verkleinwoord meervoud | feestlied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feestlied zijn vastgelegd.