fascist
zelfstandig naamwoord /fɑ.ʃɪst/Betekenis
- oorspronkelijk: een aanhanger van Mussolini's politieke beweging in het Italië van de jaren 1920 tot 1945
- enige aanhanger van een autocratische, corporatistische stroming die politiek geweld niet schuwt
- fascistisch.
Hoe spreek je fascist uit?
/fɑʃɪst/
Fascist bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| ʃ | sjaal |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fascisten | meervoud |
| fascistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fascistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Latijn fasces (de pijlenbundel die het symbool van de macht van de Romeinse staat was) met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van fascist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fascisten | meervoud | fascist |
| fascistje | verkleinwoord | fascist |
| fascistjes | verkleinwoord meervoud | fascist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fascist zijn vastgelegd.