fantast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon met een abnormaal ontwikkelde fantasie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fantasten | meervoud |
| fantastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fantastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘iem. met sterke fantasie’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van fantast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fantasten | meervoud | fantast |
| fantastje | verkleinwoord | fantast |
| fantastjes | verkleinwoord meervoud | fantast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fantast zijn vastgelegd.