facit
zelfstandig naamwoord 'fasɪtBetekenis
- het resultaat van een (be)werking of berekening
Hoe spreek je facit uit?
/ˈfasɪt/
Facit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| facits | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van facit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| facits | meervoud | facit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van facit zijn vastgelegd.