expat
zelfstandig naamwoord 'ɛkspɛtBetekenis
- iemand die tijdelijk in een land verblijft met een andere cultuur dan die waarmee hij is opgegroeid, het zijn dus geen immigranten
- expatriate
Hoe spreek je expat uit?
/ˈɛkspɛt/
Expat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| p | pak |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| expatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| expatjes | verkleinwoord, meervoud |
| expats | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ex = buiten en patria = vaderland
Woordfamilie van expat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| expatje | verkleinwoord | expat |
| expatjes | verkleinwoord meervoud | expat |
| expats | meervoud | expat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van expat zijn vastgelegd.