euro
zelfstandig naamwoord ˈøroBetekenis
- de munt en munteenheid van de eurozone, waarvan het symbool het euroteken (€) is
- een soort benzine
- Macropus robustus, ook gekend als wallaroe of bergkangoeroe, een kangoeroe uit het geslacht Macropus die in grote delen van Australië leeft
- euro.
- euro
- de munt en munteenheid van de eurozone
- vergulden
Hoe spreek je euro uit?
/ˈøro/
Euro bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ø | deur |
| r | rood |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| euro's | meervoud |
| eurootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eurootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vanaf’ voor het eerst aangetroffen in 1999
Woordfamilie van euro
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| euro's | meervoud | euro |
| eurootje | verkleinwoord | euro |
| eurootjes | verkleinwoord meervoud | euro |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van euro zijn vastgelegd.