erfprins
zelfstandig naamwoord 'ɛrfprɪnsBetekenis
- verwijst naar het Duitse gebruik van de erfopvolging van een soeverein of standesherrlichen vorstenhuis met aan het hoofd een prins of Agnat, ofwel de (volgens de Lex Salica in direct patrilineaire verband staande, met het recht van eerstgeborene) oudste mannelijke verwant, veelal de zoon van de heersende vorst
- iemand die later de baas gaat worden
Hoe spreek je erfprins uit?
/ˈɛrfprɪns/
Erfprins bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| f | fiets |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfprinsen | meervoud |
| erfprinsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| erfprinsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van erven ww en prins zn
Woordfamilie van erfprins
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfprinsen | meervoud | erfprins |
| erfprinsje | verkleinwoord | erfprins |
| erfprinsjes | verkleinwoord meervoud | erfprins |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfprins zijn vastgelegd.